Leonard Cohen

 

 

Leonard Norman Cohen werd in ‘34 in Montreal geboren. Zijn vader, die eigenaar was van een kledingconcern, overleed toen hij negen was. Op 17-jarige leeftijd ging Cohen naar de McGill University waar hij het western-trio Buckskin oprichtte. Hij begon ook poëzie te schrijven en sloot zich aan bij de lokale literaire scène. Onder de titel “Let Us Compare Mythologies” werd zijn eerste verzameling poëzie in ’56 uitgebracht. Met de tweede verzameling “The Spice Box Of Earth” vergaarde Cohen in ’61 internationale erkenning.

Na een kort verblijf op de Columbia University in New York besloot Cohen Noord-Amerika te ontvluchten en reisde een aantal maanden door Europa. Hij streek uit eindelijk neer op het Griekse eiland Hydra waar hij zijn leven deelde met Marianne Jenson en haar zoon Axel. Leonard verbleef zeven jaar op Hydra en schreef daar nog twee dichtbundels, het controversiële “Flowers For Hitler” (’64) en “Parasites Of Heaven”, en de twee lovend ontvangen romans “The Favorite Game” (’63) - het portret van een jonge, Joodse artiest in Montreal - en “Beautiful Losers” (’66).

Het zwoele klimaat van Hydra bracht geen rust in zijn ziel: “For the writing of books, you have to be in one place”, vertelde hij in ’88 aan Musician Magazine. “You tend to gather things around you when you write a novel. You need a woman in your life. It’s nice to have some kids around. It’s nice to have a place that’s clean and orderly. I had those things and then decided to be a songwriter.” Cohen liet zijn leven op Hydra achter en ging terug naar de V.S. met de bedoeling zich in Nashville te vestigen en een muzikale carrière op te starten. In ’67 speelde Cohen op het Newport Folk Festival waar hij onder de aandacht kwam van A&R-manager John Hammond, die eerder Billie Holiday, Bob Dylan en Bruce Springsteen had getekend. Rond de kerst verscheen op het Columbia label zijn eerste album “The Songs Of Leonard Cohen”; een opmerkelijk debuut met onvergetelijke nummers als “Suzanne”, “Hey, That’s No Way To Say Goodbye”, “So Long Marianne” en “Sister Of Mercy”.

In ’68 verscheen de bundel “Selected Poems: 1956-1968”. Hiervoor ontving hij de Govenor General’s Award, de meest prestigieuze Canadese literatuurprijs. Zijn tweede album “Songs From A Room” verscheen in ’69 en werd twee jaar later gevolgd door “Songs Of Love And Hate”. Met nummers als “Bird On A Wire”, “The Song Of Isaac”, “Joan Of Arc” en “Famous Blue Raincoat” bleef hij de grenzen van het muzikale landschap verleggen. De bundel “The Energy Of Slaves” verscheen in ’72 terwijl ook zijn eerste live-album “Live Songs” in dat jaar het licht zag. Het live-album bevat een 14 minuten durende improvisatie aangevuld met live-versies van nummers van zijn eerste drie albums. Met “New Skin Of The Old Ceremony” (’73) koos Cohen samen met producer John Lissauer voor een meer orkestraal geluid. Daarna besloot hij op muzikaal gebied wat gas terug te nemen. Hij bracht in ’75 alleen het Best Of-album “Best Of Leonard Cohen” uit.

Twee jaar na “Best Of Leonard Cohen” keerde Cohen terug met “Death Of A Ladies’ Man”, tot op de dag van vandaag een van zijn meest intrigerende albums. Hij begon de opnamen met producer Phil Spector. De samenwerking liep echter uit op een catastrofe. Spector betrok hem niet bij het finale proces en dat zette kwaad bloed. Cohen besloot de dingen te laten voor wat ze waren. Een jaar later verscheen zijn bundel “Death Of A Lady’s Man”. Met het album “Recent Songs” (’79) sloeg hij weer een andere muzikale weg in en maakte een meer gereserveerd album. Vijf jaar verscheen de bundel “The Book Of Mercy”, waarna hij in ’85 het album “Various Positions” uitbracht.

Op “I’m Your Man” (’88) had Cohen in alle opzichten zijn draai gevonden. Met klassiekers als “First We Take Manhattan”, “Tower Of Song” en ”Ain’t No Cure For Love” werd “I’m Your Man” een groot succes in diverse Europese landen. In ’91 verscheen het album ‘The Future” (met onder andere het ambitieuze nummer “Democracy”) waarna Cohen in ’93 songteksten, poëzie en dagboekfragmenten samenbracht in de bundel “Stranger Music”. Kort na de tournee voor “The Future” ging hij zich in Mt. Baldy in Zuid-Californië toeleggen op Zen. Hij spendeerde het grootste deel van zijn tijd aan mediteren, handenarbeid en koken voor zijn leraar Sasaki Roshi. Terwijl hij in Zuid-Californië verbleef, stelden Leanne Ungar en Bob Metzger in ’94 het album “Cohen Live” samen met de hoogtepunten van de tournees van ’88 en ’93.

Na een verblijf van vijf jaar in Mt. Baldy, waarin hij werd verheven tot Zen Monnik en de naam Jikan (Silent One) kreeg, keerde Cohen terug in de maatschappij met honderden nieuwe gedichten en songteksten. Samen met Sharon Robinson, voormalig achtergrondzangeres en medecomponist van “Everybody Knows” en “Waiting For The Miracle”, begon hij te werken aan nieuwe nummers. Terwijl velen uitkeken naar een nieuw studio-album, redde Leanne Ungar de opnames van de Engelse tournee van ’79 en bracht ze dit jaar samen op het album “Field Commander Cohen: Tour Of ‘79”. En nu is er dan “Ten New Songs”, een album geboren uit de samenwerking met multi-instrumentalist Sharon Robinson en geproduceerd door Leanne Ungar.

De afgelopen jaren hebben artiesten als Neil Diamond, Nick Cave, Diana Ross en Joe Cocker eigen versie van nummers van Cohen opgenomen en zo zijn muziek in leven gehouden in de periodes dat hij zelf geen albums of bundels uitbracht. In ’91 participeerde REM, John Cale, Nick Cave en The Pixies in een tribute-concert voor Cohen, terwijl Billy Joel, Willie Nelson, Sting, Elton John en Bono voor het album “Tower Of Songs” (’95) zijn nummers onder handen namen. Maar Cohen doet meer dan muziek en poëzie. Zo stelt hij zijn eigen video’s samen en schreef en regisseerde hij in ’84 de film “I Am A Hotel”. Samen met singer-songwriter Lewis Furey maakte Cohen in ‘85 de rockopera “Night Magic”en speelde hij een bijrol in de populaire TV-serie Miami Vice.

“If there is anything in my own work it’s because how I cop to my own experience”, vertelde Cohen onlangs aan L.A. Style. “That’s what I became. I became a writer and as my friend Irving Layton always said, a poet is deeply conflicted ands it’s in his work that he reconciles those deep conflicts. That place is the harbor. It doesn’t set the world in order, it doesn’t really change anything. It just is a kind of harbor, it’s the place of reconciliation, it’s the conssolumentum, the kiss of peace.”

 

 

Met links klik op de download button kan de muziek beluisterd worden en met rechts klik en doel opslaan als kan de muziek opgeslagen worden.

 

Susanne

Who by fire

So long Marianne

Chelsea Hotel

Bird on the Wire